Oma

Mijn opa en oma waren, zoals de meeste grootouders, van de oude stempel. Opa was gepensioneerd metselaar en oma deed het huishouden.
Desondanks keken mijn broer en ik iedere schoolv
akantie weer uit naar de logeerpartijtjes bij opa en oma. Ik herinner mij de bovenwoning aan de laan met de grote bomen langs de slootkant. Het bruin witte koeientapijt in de woonkamer. De eikenhouten eettafel met de massieve stoelen. Het oranje-wit geblokte tafelkleed met de jusvlekken die er ook na ontelbare wasbeurten niet meer uit gingen. Met opa en oma gingen we er altijd op uit. De dagjes speeltuin, kinderboerderij en de diverse pretparken zaten standaard in het programma. Bij opa en oma mocht alles en ook de bloemkool smaakte daar een stuk beter dan thuis. Daarnaast bakte oma iedere zaterdag patat met kroketten. ‘Mogen we met onze handen eten?’ vroegen we dan. Het antwoord was altijd ‘ja’ Ook kregen we standaard een ijsje met bananensmaak als toetje, want bij opa en oma mag natuurlijk altijd alles.

Bloemkool
De logeerpartijtjes bij opa en oma werden minder, naarmate mijn broer en ik ouder werden. De kinderboerderij werd ingeruild voor de discotheek. We waren inmiddels al puistige pubers toen opa en oma de bovenwoning met het koeientapijt verlieten voor een flat. Gelijkvloers was wel zo makkelijk. De eikenhouten meubels gingen mee, evenals het oranje wit-geblokte tafelkleed met de jusvlekken. Zo nu en dan gingen we bij opa en oma eten. De bloemkool smaakte daar immers nog steeds beter dan thuis en er was altijd ijs met bananensmaak als toetje. Patat met kroketten bakken op zaterdag deed oma echter niet meer. Dat gaf te veel gedoe.

Verjaardag
Sinds mijn opa elf jaar geleden is overleden nemen we oma standaard een dagje mee uit als ze jarig is. Net zoals mijn broer en ik vroeger mochten kiezen wat we gingen doen als we in de vakanties kwamen logeren, mag oma kiezen als ze jarig is. Dit jaar is ze 88 geworden en heeft ze (net als de voorgaande jaren) gekozen voor een lunch en winkelen bij haar favoriete (en peperdure) kledingwinkel. Op desbetreffende zaterdag staat ze ons met haar knalroze handtas (die zeker 10 kilo weegt!) al voor de deur van haar flat op te wachten. Het feest kan beginnen. Het is een mooie herfstdag en de zon schijnt door de ramen van de lunchroom naar binnen. Oma neemt tegenover mij plaats. Zoals ieder jaar begin ik met het voorlezen van de menukaart, maar oma onderbreekt mij snel. Scherp als een havik heeft ze al gezien dat je hier ook patat met kroketten kunt krijgen en daar heeft ze nu net trek in. ‘Daarnaast is het tenslotte zaterdag,’ concludeert ze tevreden. Na een kwartiertje wordt het eten geserveerd. Oma gaat er goed voor zitten. Het witte servet legt ze op haar schoot. Dan kijkt ze me aan, buigt zich over de tafel heen en vraagt: ‘Mag ik met mijn handen eten?’ Even ben ik terug in het huis aan de laan met het koeientapijt, zittend aan de eikenhouten eettafel met de massieve stoelen en het oranje-wit geblokte tafelkleed. Alleen zijn de rollen nu omgedraaid. Terug in het heden glimlach ik tegen oma dat ze uiteraard met haar handen mag eten. Tevreden begint ze aan haar patat. Zoals wij dat vroeger als kinderen ook deden.

Bananenijs
Na het eten volgt het langverwachte bezoek aan de (peperdure) kledingwinkel.
Een winterjas en drie truien zorgen ervoor dat oma zichzelf echt jarig voelt. Aan het einde van de winkelstraat zit een koffiezaak waar ook ijs wordt geserveerd. Uiteraard is oma daar op deze mooie dag voor te porren. Een gewone koffie met melk en suiker luidt haar bestelling. Cappuccino en latte macchiato vindt ze te modern. Gelukkig is een bolletje ijs nog wel van deze tijd. Over de smaak hoeft ze niet lang na te denken. ‘Geef mij maar bananensmaak.’ Na het ijsje rijden we naar huis en zetten oma af voor de deur van haar flat. ‘Bedankt,’ zegt oma terwijl ze glunderend in mijn hand knijpt. ‘Van jou mag ik altijd alles.’

img_1730