Nice to meet you

Het allerleukste aan mijn twee grootste hobby’s is dat ik deze perfect met elkaar kan combineren: Reizen en schrijven. Alles wat ik tijdens mijn reizen zie en beleef schrijf ik op. In mijn rugzak zit dan ook standaard een notitieblok en een pen. Reizen maakt je wereld groter. Je maakt kennis met nieuwe culturen en mensen. Sommige van deze ontmoetingen blijf je jezelf herinneren, zoals de vrouw in Fez en de man in Istanbul. Nice to meet you.

De vrouw in Fez
De kleine man met de snor wijst naar een deur links achterin het donkere Marokkaanse café, wanneer ik hem vraag waar het toilet is. Mijn blaas trekt echter samen van schrik wanneer ik desbetreffende deur open. Het sterk vervuilde gat in de vloer lijkt mij uitdagend toe te lachen. Net wanneer ik de deur verschrikt dicht gooi, voel ik iemand aan mijn shirtje trekken. Een vrouw gehuld in een licht gekleurd gewaad en een pastelkleurige hoofddoek kijkt mij vriendelijk aan met haar prachtige diepbruine ogen. In gebrekkig Engels vertelt ze dat ze boven dit café woont en dat ik gebruik mag maken van haar toilet. Een seconde twijfel ik, maar mijn steeds zwaarder voelende blaas overtuigd mij om met haar mee te lopen. Nieuwsgierig ga ik achter haar aan de afgebladderde trap op naar boven en zie een drietal piepkleine kamers met terracottakleurige wanden. In twee van deze kamers ligt een versleten matras en een aantal dekens waarvan de kleur tijden geleden al is vervaagd. ‘Dat zijn de slaapkamers,’ zegt de vrouw niet zonder trots. Ze woont hier met haar gehele familie bestaande uit twaalf personen. Nadat ik gebruik heb gemaakt van het toilet was ik mijn handen in de keuken. Deze bestaat uit niet meer dan een wasbak, een stokoud uitziende oven en een aantal potten en pannen. Uit de kraan komt een piepklein straaltje lauw water. Ik lach en geef mijn nieuwe vriendin wat kleingeld. Dankbaar stopt ze dit in een van de lagen van haar gewaad. Daarna pakt ze mijn handen en hakkelt ‘Wij vrouwen moeten elkaar helpen.’

De man in Istanbul
‘Niet met vreemde mannen meegaan’ was het standaardantwoord van mijn moeder wanneer ik haar vroeg of ik naar de speeltuin mocht. Ik zie haar nog voor het keukenraam staan, met haar jaren 80 permanent. Jaren later denk ik aan mijn moeders woorden wanneer Mijn Lief en ik ons midden in het centrum van Istanbul bevinden. Voorafgaande aan deze trip had ik verwacht dat we een stad zouden bezoeken waar de tijd zou hebben stil gestaan. Paard en wagen, de lokale bevolking gehuld in djellaba’s en op iedere hoek van de straat een Turks theehuisje of een eeuwenoude moskee. Niets blijkt echter minder waar. Istanbul is vooral een supermoderne stad. In het waterige zonnetje kijken we zoekend om ons heen naar een restaurant waar bij voorkeur geen Happy Meal wordt geserveerd. Vanuit het niets staat er een man voor mijn neus. De mouwen van zijn beige blouse nonchalant opgestroopt. In rap Engels vraagt hij of hij ons ergens mee kan helpen? Met opgetrokken wenkbrauwen zeg ik dat we op zoek zijn naar een leuk restaurant met een Turkse keuken. Er verschijnt een lach op het gezicht van de man. Vrienden van hem hebben een restaurant hier dichtbij. Volg mij gebaard hij met zijn rechterarm. ‘Niet met vreemde mannen meegaan’ fluistert mijn moeders stem in mijn oor.
Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn verstand. Kordaat lopen we achter onze tourgide aan, de fluisterende stem in mijn oor negerend. Al snel lopen we door een oud gedeelte van de stad. De gebouwen zijn vervallen en het straatbeeld doet armoedig aan. Wanneer we een Turks theehuis passeren lijkt een groepje mannen volledig op te gaan in een kaartspel. Net op het moment dat Mijn Lief vraagt of dit wel een goed idee is, staat de man stil voor een restaurant en wijst naar binnen. Een paar minuten later zitten we aan een lange tafel tussen de locals. De door ons bestelde linzensoep wordt geserveerd in grote witte kommen. Jaren later denk ik vrijwel nooit meer aan mijn moeders woorden terug, maar vooral aan de allerlekkerste linzensoep ever die we toen in Istanbul hebben gegeten.